David was mijn allereerste leerling. Hij was dyslectisch, een term die toen amper bekend was. Hij zat in de eerste klas van de MAVO en had enorm veel moeite met leren. Vooral Frans vond hij lastig.

Ik wilde graag mijn best doen dus ik hielp hem intensief. Samen besteedden we uren aan de woordjes die hij moest leren. Computers waren er toen nog niet dus ik fungeerde als zijn overhoorprogramma. Helaas vorderde hij maar heel langzaam. Het resultaat was dat ik steeds harder ging lopen en hij een beetje in mij ging ‘hangen’. Mijn inspanning zorgde ervoor dat hij steeds luier werd.

Ik bereikte dus het tegendeel van wat ik voor ogen had.

Dat was een harde maar heel duidelijke les. Als ik hem ‘aan’ wilde zetten moest ik zelf zoveel mogelijk ‘uit’. Ik kon hem natuurlijk wel helpen, maar vooral door hem te leren hóe te leren. Wat werkte voor hem, en wat vond hij prettig. Daar hebben we samen naar gezocht. En hoewel Frans nooit zijn beste vak werd ging het daarna wel steeds beter. En passant had hij geleerd hoe te leren. En dat was precies de bedoeling.

De les kreeg een paar jaar geleden een mooi vervolg.

In de AH stond een jongeman naast mij. Hij vroeg me of ik nog wist wie hij was. Ik had David al sinds zijn 13e niet meer gezien, dus was helemaal verbaasd toen hij zich voorstelde. Natúúrlijk wist ik nog wie hij was.
Ik vroeg hoe het met hem ging. Hij vertelde dat hij in de IT werkte en een programma had ontwikkeld waar een goede markt voor was. Hij had net een groot huis gekocht in de duurste wijk van Ermelo, had een relatie en trouwplannen. Het ging goed met hem.

Voor ouders is het frustrerend als het slecht gaat op school. Voor je het weet ontstaat een sfeer van verwijten en verwijdering. Bedenk dat school slechts een deel belicht van alle kwaliteiten van je kind. Aan ouders de taak om het hele plaatje te zien. Elk kind heeft talenten en de wil zich te ontwikkelen. Echt waar.