Tijdens de opvoeding van pubers is het makkelijk om mee te gaan in de ergernissen van elke dag. Dáár loop je tegenaan. Die zie je, daar maak je je zorgen over.

Je ziet hem bijvoorbeeld zijn huiswerk niet maken. Vraagt en zeurt daar vervolgens voortdurend over. Heb je het al af? Heb je genoeg gedaan? Zou je het niet nog even doorkijken? Doordat jij je ergert verval je in kleine ‘zeur-momentjes’ die op je puber werken als een rode lap op een stier. En daar baal jij dan weer van. Een vicieuze cirkel van ergernis over en weer is geboren. Hoe doorbreek je die?

Daarover gaat dit blog.

In het simpelste geval heb je nog zoveel over je kind te zeggen dat als je afspreekt dat hij van zeg 9 tot 12 aan zijn huiswerk gaat hij dat ook doet. Eigenlijk is er in dat geval geen probleem. Wel zo duidelijk voor jullie allebei. Zolang dat lukt zou ik het zeker op deze manier doen.

Maar wat nou als je puber niet (meer) zo gezeglijk is? Wat nou als hij niet luistert, ook al ben en maak jij jezelf nog zo boos? Dat is een heel stuk lastiger, maar ook dan kun je een ontstane vicieuze cirkel doorbreken.

Begin bij jezelf. Vraag je in alle eerlijkheid af wat maakt dat je je zo ergert. Je hebt minder of nog maar weinig grip op je puber, en dat is sowieso wennen. Waar jij tot voor kort de regels bepaalde lukt dat nu niet meer. Stel jezelf daarom de volgende vragen. Waarom wil ik wat ik vraag? Wat wil ik daarmee bereiken? Wat maakt dat ik dat zo belangrijk vind?

Neem hier echt even serieus de tijd voor. Kies een rustig moment waarop je zonder stress of ergernis over deze vragen na kunt denken. Zonder dat je gestoord wordt en zonder dat je van alles moet. Tijdens het douchen, ‘s morgens vroeg of tijdens het uitlaten van de hond bijvoorbeeld. Laat je ergernis even voor wat het is totdat je de tijd hebt genomen om vanuit afstand naar de situatie te kijken en deze vragen te beantwoorden. Misschien duurt dat even maar dat zij dan zo.

Als je voor jezelf de kern hebt vastgesteld van wat maakt dat jij dit zo belangrijk vindt kun je de volgende stap zetten.

Stel dat je doel is dat hij zijn best doet voor school. Ga dan vanuit dit gegeven met je kind in gesprek. Ook weer op een rustig moment en zeker niet in het heetst van de strijd. Heb je bijvoorbeeld een zoon die graag gamet, zeg hem dan dat je even rustig met hem wilt praten en laat hem het moment bepalen. Dat lijkt misschien bakzeil halen, maar hiermee laat je zien dat het jou niet alleen om jou, maar even goed om hem gaat. Zeg wel dat je ervan uitgaat dat het vandaag of uiterlijk morgen lukt en wees hier echt heel duidelijk in.

Ga dan, op zijn moment, zo rustig mogelijk met hem in gesprek. Zorg dat anderen jullie niet storen of liever nog, stap samen in de auto of ga een eindje lopen. Als jij en je partner allebei in de vicieuze cirkel betrokken zijn dan is het belangrijk om hem of haar bij dit gesprek en deze oplossing te betrekken. Maar als jij de enige bent die zich ergert kun je het ook alleen oplossen.

Bespreek je ergernis met je kind. Probeer te doen alsof je dit gesprek voert met je buurjongen, of je nichtje of je neefje. Hierdoor kun je makkelijker meer afstand nemen en dat kan je helpen.Ga niét op de inhoud in, maar vertel wat je ziet en dat je baalt van je eigen ergernis.  Zeg dat je hiermee af wilt rekenen, maar dat je daar wel een beetje hulp bij nodig hebt. Vertel waar je ergernis vandaan komt, bijvoorbeeld omdat je je zorgen maakt dat hij dit jaar blijft zitten of naar een andere school/niveau moet. Vertel dit alles zo neutraal mogelijk en zonder verwijten. Je mag wel verdriet laten zien zolang dat oprecht is. Gebruik je verdriet niet om hem te manipuleren. Als jij uitgesproken bent ligt de bal bij hem. Geef hem de gelegenheid te reageren op wat je hebt gezegd. Onderbreek hem niet, en zucht en steun al helemaal niet. Luister met interesse naar wat hij te zeggen heeft. Vaak zal blijken dat jullie dezelfde doelen hebben. Waarschijnlijk wil hij ook gewoon over en in deze klas blijven. Als dat zo is: prachtig! Hier vandaan kunnen jullie samen(!) afspraken maken hoe hij ervoor kan zorgen dat hij gewoon overgaat dit jaar. Wat heeft hij hiervoor nodig? Wat gaat hij hiervoor doen? Kun je hem helpen, en zo ja hoe? Hoe preciezer jullie dit bespreken, hoe fijner voor jullie allebei.

Misschien gaat het gesprek wel heel anders en blijft hij van je balen. Is er eigenlijk geen goed gesprek mogelijk. Dat zou heel vervelend zijn, maar zelfs dan kan dit gesprek veel opleveren. In het geval dat hij echt helemaal niets wil en eigenlijk zelfs niet open staat voor dit gesprek, maak dan duidelijk waar jouw ergernis vandaan komt. Wat zie je, waar maak je je zorgen om? Deel dit met hem zonder te oordelen, zo neutraal mogelijk. (In dit geval is het fijn als je niet tegenover elkaar zit, maar bijvoorbeeld naast elkaar loopt of in de auto zit. Non-verbale signalen vertroebelen een gesprek en zijn door naast elkaar te lopen of te zitten voor jullie allebei minder zichtbaar). Vraag hem of hij deze zorgen deelt. Als hij je geen enkele opening geeft komt het moeilijkste deel: laat het probleem bij hem. Neemt hij jouw uitgereikte hand niet aan? Dat is jammer, maar dan kun je hem ook niet helpen. Besteed zo min mogelijk woorden aan deze constatering. Verwijt hem niets. Stel vast. Laat hem zo neutraal mogelijk weten dat jij er zult zijn als hij zich bedenkt en alsnog jouw hulp wil. Houd ALTIJD de deur open. Bied hem ALTIJD de gelegenheid om alsnog hulp te vragen. Door niet te oordelen laat je zien dat hij jou even lief is, ook als hij met zijn pet gooit naar school. Je wilt hem helpen, maar dan moet hij je hulp wel accepteren.

In de opvoeding van pubers moeten we accepteren dat we hen niet meer kunnen controleren. Net zo min als je een peuter kunt dwingen om te eten kun je een dwarse puber dwingen om zijn huiswerk te maken. Accepteer dat de consequenties voor hem zijn en laat je ergernis los. Je hoeft je niet te ergeren want je hebt aangeboden hem te helpen en je hulp is afgewezen. Nu ligt de bal bij hem. Blijf interesse hebben in hem, ook in school. Maar oordeel niet, push niet, dwing niet. Hij heeft jouw hulp afgewezen, nu is het aan hem. Mogelijk verbaast hij je door veel meer verantwoordelijkheid te nemen dan eerst, mogelijk verandert er niets. Maar in dat laatste geval hoef jij je nu niet meer te ergeren. Jouw uitgestoken hand is er nog steeds, hij hoeft hem alleen maar aan te nemen.

En als zijn dwarsheid in het ergste geval betekent dat hij blijft zitten of van school moet, so be it. Hier leert hij op een andere manier van. Natuurlijk baal je enorm, maar de vraag is of je dit met al je ergernis en balen had kunnen voorkomen. Hoeveel ruzie had je moeten maken en was de uitkomst dan anders geweest? Begrijp me goed, we zijn betrokken bij onze kinderen en dat hoort ook zo. Maar we kunnen niet elk pad voor ze effenen, ze behoeden voor elke fout. Blijf in verbinding met je kind, blijf langsgaan met het dienblad met daarop jouw hulp. Maar accepteer dat al jouw goede bedoelingen soms niet helpen. We hebben allemaal het meeste geleerd van onze grootste fouten en hij zal van de zijne leren. Je hoeft jezelf en hem niets te verwijten zolang jouw deur maar altijd open stond. En staat.